De basis: ik · jij · hij/zij · wij · jullie · zij. Geen vervoeging, gewoon de woorden zelf. Klik op 🔊 of druk op Speel hele les om mee te luisteren.
მე (me) — kort en open, zoals "me" in melk.
შენ (shen) — "sh" als in show, ne-klank kort.
ის (is) — gewoon "is", net als in het Nederlands.
ჩვენ (chven) — "ch" zoals in Engels chair, daarna direct "ven". Spreek 't snel uit.
თქვენ (tkven) — "t-k-ven", drie medeklinkers achter elkaar. Adem niet tussendoor.
ისინი (isini) — drie lettergrepen: i-si-ni. Klemtoon ligt op de eerste.
In Les 2 leer je deze voornaamwoorden combineren met het werkwoord ყოფნა (qopna) — "zijn":
მე ვარ — me var — ik ben
შენ ხარ — shen khar — jij bent
ის არის — is aris — hij/zij is